In onze Minervois werd, zoals bijna overal in Europa het sociale landschap
voornamelijk bepaald door de macht van de Christelijke kerk over het volk.
Dit in tegenstelling tot de pré-historie, waar kleine groepen nomaden nog
niet met een centraal gezag te maken hadden. Ook door hun geringe aantal kregen
deze vroege bewoners geen blijvende invloed op ons werelddeel.
Een eerste belangrijke herkenningspunt van ons moderne denken met de
gebeurtenissen van dat tijdperk zijn de kruistochten tegen de Albigenzen. De koning
van Frankrijk kwam de katholieke Paus te hulp om wat zij de Kathaarse ketterij
noemden op een gewelddadige manier uit te roeien. De ruines van de kastelen
van o.a. Minerve en Lastours zijn stille getuigen van deze strijd. Begonnen in
Béziers op 22 Juli 1209 met het verbranden van honderden Katharen, die
samengedreven waren in de kerk, werd in de zomer van 1210 na een langdurig beleg ook
Minerve ingenomen en gestraft met de verbranding van zijn ketterse inwoners.
Maar voor de Albigenzen waren het de Romeinen die hier hun sporen nalieten en
het was pas tijdens de neergang van het Romeinse rijk dat de toen ontstane
stedelijke gebieden waren gekerstend. De landelijk gebieden daarentegen bleven
veelal heidens en ontvankelijk voor afwijkende religieuze invloeden.
Na de Albigenzische kruistochten voerde de kathlieke kerk in 1318 een
reorganisatie door : de toen vastgestelde onderafdelingen van het diocees Narbonne
bleven lange tijd bestaan en werden zelfs gehandhaafd na de Franse revolutie.
De opdeling van de Minervois tussen de departementen Aude en Herault dateert
dus nog van de reorganisatie in 1318 van het diocees Narbonne. Pas onlangs
zijn er werkgroepen in het leven geroepen om voorstellen te doen die van de
Minervois een samenhangend geheel moeten maken. De moderne drijfveer achter deze
plannen is de economische macht van het toerisme. |