Le Minervois
 
 
Geschiedenis | Pre-historie | Middeleeuwen | Aanvullende informatie 
 
Home
Land
Kunst en Producten
Geschiedenis
Waar overnachten
Restaurants
Agenda
Andere diensten
Verkoop
In de buurt
English version 
version française 
De Minervois- Pre-historie, het paleolithische tijdperk.

Er zijn twee belangrijke overblijfselen in de Minervois uit de paleolitische periode, na de klimatologische veranderingen ten gevolge van de opeenvolgende ijstijden : de grotten van Fauzan en van Bize.

De grot van Fauzan in de gemeente Cesseras is bekend als ¨ l'Aldène ¨ of ¨la Coquille¨. Hij ligt in de vallei van de rivier de Cesse en bevat een gangenstelsel van ongeveer 1200 meter. De hoogte varieert van 10 meter bij de ingang tot 20 meter verder naar binnen.

In 1833 werd hij door ene H.Reboul tot archeologisch belangrijk verklaard. Het onderzoek begon in 1838 en in 1886 werden er diepte-peilingen verricht. Er werden toen fossiele beenderen gevonden die afkomstig bleken van beren, hyena's, tijgers, allemaal grotbewoners en van gehoornde rhinocerossen.

Een van de onderzoekers, Gauthier, kreeg van de gemeente Cesseras het recht om er phosphaten te exploiteren.. Dit gebeurde tussen 1888 en 1932 en het phosphaat werd gebruikt voor bemesting van de wijngaarden onder de naam "Minervite".Via een 44 meter diepe mijnschacht werd een laag phosphaat van 1 tot 11 meter dik uit de grot gegraven. Het gevolg hiervan was dat een grote hoeveelheid materiaal voor wetenschappelijk onderzoek verloren ging. Een paar overblijfselen werden door de mijnwerkers bewaard waaronder botten van de holenbeer en uitwerpselen van hyena's, waarin een menselijke kies gevonden werd.

Toch werd er af en toe wetenschappelijk onderzoek gedaan door personen die daarover publiceerden in diverse tijdschriften. Voor zover we nu weten was de grot van Aldène bewoond vanaf de vroege paleontische tijd, tenminste 100.000 jaar geleden.

In 1927 vond M.Gueret pre-historische tekeningen op de muren van een gang waar de mijnwerkers aan het graven waren.Het waren tekeningen van diverse dieren :een leeuwin, een beer, twee gehoornde rhinocerossen, een tijger en een mammoet.Onderzoek in 1931 en 1939 wees uit dat de tekeningen dateerden uit de magdaleense periode. Omdat er toen geen actie werd ondernomen ter bescherming van de tekeningen verkeren ze nu in slechte staat en zijn zelfs bedekt met moderne grafiti . Door een gat in de wand van deze gang werd een heel nieuw gangenstelsel ontdekt. Hier werden poot-afdrukken en andere resten van beren gevonden alsmede een plek waar de berinnen hun jongen kregen.Ok werden hier menselijke voetafdrukken ontdekt en restanten van hun verlichtingstoortsen aan de wanden.

De grot in Bize ligt op de linkeroever van de Cesse, boven het dorp. In 1927 toonde M.Tournal uit Narbonne wetenschappelijk aan dat de geschiedenis van de mensheid ouder was dan 6000 jaar. Bodemonderzoek heeft aangetoond dat deze grot vanaf de mousteriaanse-aurignaciaanse periode in de vierde ijstijd door mensen bewoond werd, evenals door de holenbeer. De bovenste lagen dateren uit het magdeliaanse tijdperk en behalve hertenbotten zijn er weinig overblijfselen van andere dieren te vinden.Dit klopt wel met de klimatologische omstandigheden, omdat het hier toen net zo koud was als nu in Lapland. Er zijn ook neolithische overblijfselen gevonden, waaronder aardewerk.

Pre-historie : paleolithische neolitische bronzen ijzeren Romeinen

Wij zijn Bernard Ubbink erkentelijk voor de vertaling van deze pagina.