|
De Minervois - Pre-historie, het Ijzeren Tijdperk.
De grote volksverhuizingen uit het eerste ijzeren tijdperk gingen ook aan de
Minervois niet ongemerkt voorbij.Een van de belangrijkste routes van de mensen
die uit het oosten kwamen liep via de Languedoc en de vallei van de Aude.
Veel graven uit het eerste ijzeren tijdperk werden in de Minervois gevonden
:in Argeliers, Azille, Cesseras, " Saint Christol ", Beaufort "Coste rouge ",
Oupia "Moulins", Olonzac "Saint Adrien", Siran ( 2 ), Pepieux en Mailhac.
Zij kwamen aan het licht tijdens het omploegen van het land.Ze liggen over
het algemeen in lager gelegen gebied dan de graven uit het stenen tijdperk.In
die periode werd er ook gecremeerd. De overblijfselen daarvan bestonden uit
urnen met daarom heen de begrafenisgeschenken, waaronder sieraden van amber en
brons, zoals ringen en armbanden.
Een van de belangrijkste vindplaatsen was bij de molen van de gemeente
Mailhac.In de 150 hier ontdekte graven werd onderzoek gedaan door de Taffanels,
een broer en zuster uit dit dorp.Veel voorwerpen die zij daar gedurende 60 jaar
vonden zijn tentoongesteld in een interessant museum in Mailhac.
Deze begraafplaats ligt ongeveer 750 meter ten zuid-oosten van het
toenmalige, op een heuvel gelegen dorp uit het ijzeren tijdperk die Cayla werd genoemd.
De graven bestonden uit een rond gat in de grond waarin de urn was geplaatst
met daaromheen de geschenken ( heel weinig op deze begraafplaats) en het
geheel werd bedekt een grafheuvel van stenen. Er werden hier nauwelijks aardewerken
voorwerpen gevonden. Van de urnen waren sommige versierd. Omdat in een aantal
graven geen urnen gevonden werden, maar wel de as , wordt aangenomen dat deze
urnen van hout waren en dus verteerd. De inhoud van de graven was veelal
hetzelfde zowel in kwantiteit als in kwaliteit, wat de Taffanels ertoe bracht te
concluderen dat in die periode de beschaving nog niet erg hierarchisch
ontwikkeld was.
De woningen van het dorp bij Cayla hadden wanden gamaakt van takken en
modder.. Er werd een bron gevonden voor de watervoorziening.De scherven en andere
zaken die tijdens de opgravingen gevonden werden waren identiek aan die uit de
graven.
In de 7de en 6de eeuw BC werden er in de Minervois zgn. oppida gebouwd,
versterkte plaatsen op goed verdedigbare punten zoals heuveltoppen. Tot nu toe zijn
bekend:"Pech de Saint Vincent" in Aigues-Vives (34),"Lagarde-Rolande" en
"Serre-Mejeanne" ongeveer 4 km zuid-oost van Olonzac, "Pech St.Martin" boven
Siran, "Balentras" bij Montoliers, "Le Caylar" 1 km oostelijk van Agel, "Sarazi"
5km ten noorden van Felines en " Cayla" bij Mailhac.
Uit aardewerk uit die tijd bleek dat er al veel handel was tussen de diverse
beschavingen rond de Middellandse zee, Griekenland, Klein Azie en Etruria.
Tijdens de tweede eeuw ven het ijzeren tijdperk werden er al huizen gemaakt
van natuursteen en baksteen, bedekt met klei. In de 5de eeuw BC verschijnt ook
het geld.Een vindplaats uit 500 BC , Cayla 3 , bevindt zich in het oppidum
van Mailhac,maar de erbij behorende begraafplaats moet nog ontdekt worden. Wel
werden er enkele buitengewone graven binnen de omheining van de fortificaties
gevonden. Ean hiervan bevatte veel geschenken en dit werd gezien als een
aanwijzing dat we hier met het graf van een aanzienlijk persoon te maken
hebben.Iemand van de top van een hierarchisch systeem.
Een vierde nederzetting werd boven op Cayla 3 gebouwd en deze werd bewoond
tot de tweede eeuw BC. Het aldaar gevonden aardewerk en de vele munten zijn een
bewijs van een levendige en wijdverspreide handel Het aardewerk bevat vaak
iberische lettertekens.Dit zou er op kunnen wijzen dat de Keltische invasie -die
misschien de brand, die Cayla 3 verwoestte veroorzaakte -geen ingrijpende
invloed heeft gehad op de bevolking van de Minervois.Deze vierde stad, Cayla 4
werd ook weer door brand verwoest, misschien ten tijde van de romeinse invasie
die plaats vond in 118 BC bij Narbonne.
| |
Wij zijn Bernard Ubbink erkentelijk voor de vertaling van deze pagina. |
|