|
De Minervois - Pre-historie, de komst van de Romeinen.
Na de veroveringen van Domitius Aenobardus werd het land opgedeeld in
vierkante stukken van 910 meter lengte. Deze stukken grond werden toebedeeld aan
romeinse kolonisten die er vaak hun naam aan gaven.De toevoegingen "an" en "o"
is een indicatie voor de naam van de vroegere romeinse eigenaar.Zo stamt de
naam Siran van het vroegere huis van Sirius.
Door de verdeling van het land en de aanleg van nieuwe wegen ontstond een
nieuwe welvaart die soms voorbij ging aan de oude nederzettingen in dit gebied.
Het wegennet dat afgeleid werd van de hoofdweg, de via Domitia ( langs de kust
) was uitgebreid en vormde een stuwende factor in de groei van de economische
activiteiten. De kleinere wegen waren vaak niet meer dan gruispaden en er is
weinig meer van overgebleven dan de herinnering aan het feit dat ze vroeger
dienden om de grenzen aan d te geven van bepaalde gebieden, zoals van de kerk,
van de gemeenten en later van de departementen.
De Minervois werd van oost naar west doorkruist door de hoofdweg van Arles
naar Toulouse. Deze weg liep door Ginestas, Sainte- Valière, Olonzac,
Saint-Frichoux en Malves. Een andere weg, iets noordelijker en vrijwel parallel aan de
eerste liep door Agel, Aigne, Azillanet,Siran, Sainte-Jean-d' Ognon en Trausse.
Twee hoofdwegen liepen noord- zuid om de vlakte van de Aude met de bergen te
verbinden : één loopt door Oupia, Beaufort, Cesseras, Saint- Julien- des-
Molières en werd de bergweg genoemd. De tweede, die de romeinse weg heette ,
kruiste de Aude bij Bassanel en liep verder naar Pepieux, Siran en Saint- Julien.
| |
Wij zijn Bernard Ubbink erkentelijk voor de vertaling van deze pagina. |
|